Dit is geen verzonnen verhaal, maar gewoon een voorbeeld uit de praktijk. Vorige week mocht ik mee op controle. Ik vraag de ondernemer of hij weet wat we komen doen. Weet jij waarom we jouw bedrijf komen controleren? Welke milieu-aspecten zijn zo belangrijk dat we hier toezicht komen houden? De ondernemer, een slimme vijftiger met een accountantsopleiding, heeft geen idee. Heb je dan geen milieuvergunning? Wist hij ook niet. Wel dat ‘jullie’ vorig jaar ook al geweest zijn.
De controle is nauwkeurig voorbereid door de toezichthouder met wie ik mee mocht. Een van de echt goede die ik ken uit mijn praktijk. Met veel ervaring en kennis en zelfs kort geleden een gecertificeerde opleiding tot ISO-auditor. Echter we krijgen door verbindingsproblemen het dossier niet in beeld op de laptop. Wel heeft de ondernemer, mooi grijs geworden, leuke gekleed, hij had ook een moderne kroeg kunnen runnen, netjes uitgedraaid waar de toezichthouder om gevraagd heeft. Al heeft hij geen idee waarom …
Dit bedrijf krijgt van autosloperijen, we noemen het netjes autodemontage, uitlaten van oude auto’s aangeleverd. Het business-model is als volgt. Hij kijkt van welke auto de uitlaat komt, weet via een databank op de computer precies hoeveel platina in de katalysator zit en geeft de sloper er een prijs voor. Hij ‘knipt’ het deel met het platina van de uitlaat en verkoopt dat weer door. De rest van het metaal van de uitlaat gaat naar een andere verwerker. Je raad het al; platina is veel geld waard. Goed voor de economie, maar ook voor het milieu. Hergebruik van waardevolle stoffen. Circulaire economie, die in dit geval goed functioneert, omdat iedereen er mooi aan verdient. Niks mis mee. Maar …
Milieuvergunning? Geen idee …
Is dit bedrijfje gebeurt niks bijzonders qua milieubelasting. Het is wel een afvalbedrijf, de stromen moeten netjes verwerkt worden, dus het bedrijf is vergunningplichtig. We vragen of hij die heeft? We weten dat natuurlijk uit onze systemen. Maar daar kunnen we nu even niet in. En … deze ondernemer moet de vergunning natuurlijk zelf ook bij de hand hebben en weten wat er in staat. Nog belangrijker, wat erin staat moet hij ‘vertalen’ naar zijn bedrijfsvoering. Maar de ondernemer, echt geen domme man en echt niet onwelwillend, heeft geen idee waar de vergunning is. Hij gaat zoeken in zijn e-mail en vindt allerlei correspondentie met de omgevingsdienst en tenslotte ook de vergunning. Waarschijnlijk heeft hij die nooit gelezen. We wijzen hem op de essentie voor hem; hij moet een administratie bijhouden van wat er in en uitgaat qua afval.
“Doe me een lol en zet even op de mail wat jullie precies van mij verwachten.”
“Nou nee, dat gaan we echt niet doen meneer.“
De bedoeling is dat u zelf de vergunning goed leest. Dat u zelf weet welke regels er voor u gelden. Dat u zelf uw bedrijfsvoering zo inricht dat u netjes aan de regels voldoet.
Dit is tekenend voor wat er in de praktijk gebeurt. Deze ondernemer is een nette man, met een financiële achtergrond. Hij wil best, maar moet wel een stap vooruit zetten. Wij komen niet om hem te helpen. Sommige bestuurders zouden dat wel willen, maar zo is toezicht niet bedoeld. Natuurlijk mag je best een beetje ‘adviseren’. Maar we zijn er als toezichthouders niet voor om ondernemers uit te leggen hoe ze aan de milieu-eisen moeten voldoen. We komen alleen maar controleren of de regels nageleefd worden. Hoe bedrijven dat doen, dat is aan hen zelf.
Dit lijkt gezeur om niks. Maar dit is heel essentieel.
Waar het om gaat is dat het bedrijf zelf zijn verantwoordelijkheid pakt
In dit geval gaat het om een bedrijf met relatief weinig milieurelevantie. Maar ook bij grote, complexe bedrijven met veel milieu-impact komen soortgelijke situaties veel voor. Het bedrijf doet niet meer dan nodig is of reageert pas als toezichthouders langskomen en brieven gaan sturen. Waar het om gaat is dat het bedrijf zelf zijn verantwoordelijkheid pakt. We zijn geen kleuterjuffen. We zijn er niet om te pamperen. We zijn er niet om te adviseren en te helpen. We zijn er om te controleren.
Als we bedrijven gaan helpen is het einde zoek. Dan komen we niet toe aan onze echte taak; toezicht houden. Daar hebben we dan te weinig tijd voor. Daar worden we niet voor betaald. Dat is niet het systeem dat we verzonnen hebben. Natuurlijk mogen we best een beetje helpen en adviseren. Maar als je dat te veel gaat doen, dan gaat het fout. Kijk maar naar het zogenaamde energie-toezicht dat we uitvoeren. Dat is geen toezicht, maar advies. Dat gaat ook hopeloos fout. Bedrijven vinden het prima en leunen lekker achterover. Met als gevolg dat er nog bitter weinig is bereikt. Er wordt echt heel veel energie onnodig verspild, omdat bedrijven verplichte energiemaatregelen niet uitvoeren. En dan mopperen over netcongestie.
Toezicht is toezicht. Snap goed wat dat is. Anders gaat het fout. En dat gebeurt helaas regelmatig.


Nog geen reacties.