submenu

Mensen en bloesem

Beter naleefgedrag voor elke euro die het toezicht kost

“Wat we nu doen met toezicht en handhaving is niet meer van deze tijd.”

 

Jan Dirk Nijkamp, directeur a.i. Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)

Rond 1995 vulde ik samen met Jan Dirk Nijkamp de rol in van SEPH, destijds CIP,  in de regio Arnhem. Hij werkte toen bij Milcura en bracht met zijn tomeloze inzet en frisse ideeën de vaak wat saaie ambtelijke omgeving van de gemeente op een prettige manier in beweging. Inmiddels heeft hij veel ervaring opgedaan in allerlei directiefuncties bij gemeenten, ook in andere werkvelden, de laatste jaren als interimmanager. Nu is Jan Dirk interim-directeur van de omgevingsdienst Brabant Noord en kijken we naar het toezicht van 2016. Ik sprak met hem over ….

Wat is er nou eigenlijk aan de hand?

“Toezicht anno nu lijkt wel op het oude ambacht van twintig jaar geleden. Het gaat nog steeds om het constateren van een overtreding waar vervolgens wat aan gedaan moet worden. Klassieke voorbeeld; lekbak is niet aanwezig, er moet een lekbak komen. Er wordt echter weinig gekeken naar de oorzaak. De vraag ‘Wat is er nou eigenlijk aan de hand?’ wordt niet gesteld. Dat verbaast me echt. Dat er zo weinig nagedacht wordt over naleefgedrag. Handhaven wordt gezien als doel in plaats van middel.”

“Volgens mij moeten we kijken hoe we voor die ene euro een beter naleefgedrag kunnen realiseren door slimme dingen te verzinnen. Dat is een andere discussie dan over aantallen en hercontroles. Maar de handhaver zegt dan tegen mij: ‘Ik ben hier toch de vakman. Ga je tegen mij zeggen dat ik niet naar een lekbak moet kijken?’ Ik maak me daar zorgen over. Er zit veel geld in VTH, maar als je kijkt hoe effectief het nu eigenlijk is? Hoeveel naleefgedrag realiseren we nu eigenlijk? Ik vraag het me af.”

Die crossmotor in bewaring nemen

“Ik denk dat er bijvoorbeeld veel private instrumenten zijn die veel effectiever zijn. Neem de klassieker, de brandverzekering. Nederland zit vol met asbestdaken. Op al die vrijkomende agrarische bebouwing liggen vele vierkante meters daken met asbest. Die agrariërs krijgen dat mede daarom niet meer verkocht. Daar moet je dus iets mee als omgevingsdienst. Iedereen schreeuwt moord en brand. Het wordt een grote ramp zeggen ze. De Pavlov reactie is: wij als overheid gaan handhaven. Maar stel, ik ben een verzekeringsmaatschappij. Elke week zijn er ik weet niet hoeveel asbestbranden. Dat kost klauwen met geld. Stuur dan via die kant. Als jij een asbestdak hebt, dan wordt de premie drie keer zo hoog. Of je krijgt korting las je het dak hebt laten vervangen. Dan wordt het interessant voor jou om dat asbest dak te vervangen. Moet je eens kijken hoe snel die asbestdaken weg zijn.”

“Of neem de hypotheekverstrekker die zegt: ‘Als u een asbest dak heeft, dan betaalt u een bepaalde risico-opslag op uw hypotheek van één procent.’ Of omgekeerd, 1% korting. Die mechanismen zijn vele malen sterker dan een dwangsom en volgens mij ook veel goedkoper. Want dan gaat de markt het realiseren.”

“Wij hebben in onze provincie een project dat heet ‘Samen sterk in Brabant’. Een goed project, waarbij we – soms met gevaar voor eigen leven – achter crossmotoren aangaan en dan motorrijders bekeuren. Die lachen zich suf om zo’n bekeuring. Wat je volgens mij moet doen is die crossmotor in bewaring nemen. Een beetje de juridische grens opzoeken. Dan pak je ze echt. Kondig het van tevoren aan en laat vervolgens in de krant weten dat je vijf motoren in bewaring hebt genomen. Dus gebruik het hele pallet aan instrumenten, inclusief communicatie. Het kan toch niet waar zijn dat als ik hier op zondagmiddag in het bos loop, dat ik bijna overreden word door vijf idioten op een crossmotor? Daar moet ik als overheid gewoon tegen optreden. Dat moet je wel durven. En dan moet je weten dat iedere motorliefhebber tegen jou is.”

De echt risicovolle thema’s

“Ik denk dat wij nog heel veel ondernemertje aan het pesten zijn door bedrijven te controleren waar we eigenlijk niet hoeven te komen. Omdat we hebben afgesproken dat nou eenmaal met bepaalde frequenties te doen. Dit is input denken. Terwijl we de echte risicovolle thema’s niet doen. Je kunt veel beter onderzoeken naar welke bedrijven, welke ondernemers en welk type overtredingen je eigenlijk moet kijken. Heeft het bedrijf ook een belastingschuld? Overtreedt het bedrijf ook veiligheidsregels voor het personeel? Lapt het bedrijf dan ook de milieuregels aan zijn laars? Je hebt notoire overtreders, bedrijven die op het randje zitten en de groep die het best voor mekaar heeft. In die drie groepen moet je onderscheid maken.”

“Wat je ook nog veel meer kunt doen is de beschikbare data gebruiken. Kijk bijvoorbeeld naar alle bedrijven in Brabant met SBI-codes die horen bij een garage. Leveren ze weleens accu’s in volgens de gegevens van het LMA? Zo niet, dan wil dat nog niet gelijk zeggen dat ze in overtreding zijn, want het kan ook een autopoetsbedrijf zijn. Dat moet je weer verder analyseren. Maar het is wel interessant. Daar heb je goede data analisten voor nodig en die hebben we nog te weinig.”

“De manier waarop we nu een bedrijfsbezoek doen durf ik niet uit te leggen aan de gemiddelde Nederlander. We houden mensen aan het werk. Aan de klassieke type handhaver hebben we steeds minder behoefte. Wat levert die controle op die we bij al die agrariërs doen? Dan gaan we kijken of de luchtwasser het doet. Denk je nou echt dat je dat weet? Waarom schrijven we niet, net als bij de cv-ketel, een verplicht onderhoud voor door een erkend bedrijf? Een gemiddelde agrariër, die al moeite heeft om die varkens aan het eten te houden, kan niet ook nog zijn luchtwasser goed onderhouden. Hij zet dus een apparaat neer van een ton en snapt niet hoe het werkt. Dat is gewoon verkwisting. Nu gaan we werken met sensoren. Dat is al een verbetering, maar ik zou ook een onderhoudscontract eisen bij een erkend bedrijf.”

Innovatie is echt iets anders doen

“Gemeenten vragen mij: Jan Dirk, ga tien bedrijven controleren. Die zeggen niet tegen mij: Ik wil 90% naleefgedrag. Dus ik doe gewoon tien bedrijven. Dat is waarvoor ik betaald word. Maar we kunnen ons beter elke keer afvragen: Heb ik hier echt rendement gehaald? Gaat hier het naleefgedrag beter van worden? Is het risico nu beter beheersbaar? Ik vraag het me vaak af. Ik denk dat we nog veel te veel kunstjes doen. Er moet iets fundamenteel veranderen. Ik ben echter bang dat die verandering heel traag zal gaan. Ik zie nog weinig goede initiatieven. Ik zou verwachten dat een brancheorganisatie of een ministerie hier eens echt achteraan gaat. Wat we nu doen met toezicht en handhaving is niet meer van deze tijd.”

“Ik ben een paar keer mee geweest met een inspecteur die met asbest bezig is. Dan weet ik dat die medewerker zeer deskundig is, maar hij staat vooral papieren te controleren. Verderop staan die jongens in die pakken asbest te saneren. Ik zou die jongens ook wat vragen stellen. Hoe werkt dat nou eigenlijk? Dan weet je pas of ze het echt snappen. Weten ze wel wat ze aan het doen zijn? Anders doen we een soort papieren controle op locatie.  Door een paar slimme vragen te stellen aan de medewerkers in de uitvoering, heb je binnen twee seconden door of iemand snapt wat hij doet. Je wilt toch een goede sanering afdwingen? Dat is wat anders dan kloppende papieren.”

“Handhavers zijn toch een beetje een apart en eigenwijs volk. De echte verandering zit volgens mij op een ander niveau. Je hebt verbeteren en vernieuwen. Vernieuwen, innovatie is echt iets anders doen. Dat is van een andere orde. Handhavers zijn aardig aan het verbeteren geslagen. Maar echt opnieuw het proces uitvinden, dat is een heel ander vraagstuk. Daar zou nu echt geld en tijd ingestoken moeten worden. Men borduurt nu te veel voort op wat er was en nog steeds is.”

Drie voorwaarden voor echte vernieuwing

“We moeten eerst de beweging maken naar denken in naleefgedrag. We zijn als omgevingsdienst opgericht om ontwikkelingen mogelijk te maken door risicobeheersing. Als wij er niet zouden zijn, zijn risicovolle ontwikkelingen niet mogelijk. Dan zouden de maatschappij, omwonenden en bestuurders dat namelijk niet aandurven. Omdat er vergunningverlening, toezicht en handhaving is om risico’s af te dekken, durven we dat wel. Dat is al heel anders denken. Hoe beter de vergunning en het toezicht, hoe beter het naleefgedrag, hoe lager de kans op incidenten. Ingewikkelder is het niet. Als je het denken op deze wijze hebt omgeschakeld, dan zal een gemiddelde handhaver het ook snappen en zeggen: ‘OK, dat doe ik dus. Dat is dus mijn werk.’”

“Innovatie kan alleen succesvol zijn, als er veel druk is van buitenaf. Vervolgens heb je iemand nodig die onorthodox is, die een beetje Amerikaans denkt. Je moet mensen hebben die denken in vernieuwing en niet in alleen maar verbeteren. En tenslotte heb je bestuurders nodig die dit dragen, die zeggen ‘Ik steun dit initiatief, wat er ook gebeurt.’ Zolang een van die drie elementen – maatschappelijke druk, onorthodox denken en bestuurlijke durf – niet aanwezig zijn, gaat het niet werken. Ik zie heel veel handhavers die alles weten, prima medewerkers. Maar niet mensen die het echt anders durven te doen. We hebben in ons vak veel juristen die overal risico’s zien. Zomaar motoren in bewaring nemen? Dat kan toch niet? Je moet durven om misschien een keer in de fout te gaan en dan heb je weer bestuurders nodig die je ondersteunen. Maar meestal gaat het helemaal niet fout. Alleen de kans al op een mogelijke fout schrikt ons al af. Zo kom je nergens.”

De overheid moet optreden bij misstanden

“Je moet zeggen tegen zo’n bestuurder: ‘We gaan motoren in bewaring nemen. Het kan juridisch gevoelig liggen. Weet dat we risico’s lopen. Maar als we niks doen lossen we het probleem nooit op.’ We zijn nu veel te terughoudend, want het moet allemaal juridisch 100% kloppen. Het signaal moet echter zijn dat de overheid optreedt bij misstanden.”

“Denk je nou echt dat die actie om in Maastricht dat woonwagenkamp Vinkerslag leeg te halen, volledig juridisch waterdicht was? Je hoeft maar een, twee keer zo’n signaal af te geven en overtreders weten dat ze met een overheid te maken hebben die wel optreedt. Maar je hebt dan wel een burgemeester nodig die zegt: ‘Ik doe het gewoon. Ik ga ervoor staan. Ook al is het juridisch misschien niet helemaal zonder risico. Ik ga het wel doen.’”

“Durf je niet door te pakken, ben je te behoudend en kun je niet onorthodox denken, dan zit je gewoon je tijd te verdoen. Je blijft veel te veel hangen in het midden, ook al heb je nog zoveel handhavers die vol overgave werken. Dat is namelijk ook de werkelijkheid. Ik heb er waardering voor hoe al die handhavers het elke dag weer doen, maar uiteindelijk is het effect te weinig. Veel te weinig.”

3 reacties op Beter naleefgedrag voor elke euro die het toezicht kost

  1. Martien Meekes 23 februari 2016 om 17:32 #

    Mooi gesteld van die drie voorwaarden voor innovatie. Cru genoeg zie je die momenteel vooral voorkomen als er iets echt mis gaat. Dan voelt iedereen druk, dan pakken we niet een controlelijst, maar kijken we wat er nodig is, en komt ook de bestuurder uit zijn comfortzone. Alleen dan tegen ongelofelijke kosten. Het zou mooi zijn als we een handvat vinden dit veel meer vanaf de voorkant te benutten.

  2. Petra van Oosterbosch 25 februari 2016 om 09:44 #

    Jan Dirk, een prima verhaal en we moeten het ook gewoon gaan doen! Uitdragen waar we mee bezig zijn, laten zien dat het rendement enorm kan toenemen door anders te denken en echt te vernieuwen. We weten al lang dat het werkt als je op de goede dingen stuurt.
    De verantwoordelijkheid zit in de maatschappij. Als mensen of bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen hoeft de overheid ze niet onnodig te belasten. Als dat niet het geval is, dan moet de overheid doorpakken en haar tanden laten zien.
    Zo gaat elke euro ook wat opleveren.

  3. Han de Haas 5 april 2016 om 18:04 #

    Jan Dirk ik deel je visie dat we voor innovaties in het toezicht op een andere manier over toezicht moeten gaan nadenken. Focussen op de vraag: Welke milieu en omgevingskwaliteiten en veiligheid willen we realiseren en hoe bereiken we dat? Wat zijn de prikkels die de doelgroep aansporen om mee te werken aan dat doel? En wat vindt de doelgroep van dat doel?
    Rechtvaardigheid van de wet, de regel en de toezichthouder is een belangrijk gegeven. Professor Wim Voermans heeft hierover een interessant essay geschreven: “Het vertrouwen in de wetgever, of de x-factor van de wet”. Ik beveel het van harte aan om je hierdoor verder te laten inspireren.
    En wat betreft de voorwaarden voor echte innovatie. Graag breek ik een lans voor het trainen van toezichthouders in interviewtechnieken en het verkrijgen van sociaal-psychologische (achtergrond)-kennis. Naast het technische en het juridische proces ook aandacht voor de ‘zachte’ vaardigheden.
    Misschien moeten we over dat laatste verder doorpraten … onder het genot van. Dan wil ik je ook nog over de morele boodschap en toezicht vertellen.

Geef een reactie